15
mei
jeroen_frisbees

‘De lesbie is naar de buren.’

‘De lesbie is naar de buren.’

Dat klinkt als een gecodeerd bericht dat uit een krakkemikkig transistorradiootje de ether is ingestuurd. Een bericht op Radio Oranje. Tijdens WOII vanuit Londen naar verwachtingsvol Nederland gestuurd. Op een zolderkamertje beluisterd. Met de ramen geblindeerd.

‘De lesbie is naar de buren. Ik herhaal: de lesbie is naar de buren.’

Blikken die elkaar wisselen. Vluchtig. Blikken van bevestiging. En van onuitgesproken hoop. De laatste stand van zaken is bekend. Of misschien zelfs wel de concrete opdracht aan de strijders in het verzet. De radio wordt snel weer verborgen.

Vandaag is het jongste die binnen komt gerend. In lichte paniek. Roepend: ‘De lesbie is naar de buren’.

En ik kan niet anders dan glimlachen. Ik ken namelijk de code.

Oudste noemde vroeger het lesbisch stelletje dat in de buurt woonde steevast frisbee. Vrouwen die van vrouwen houden, dat waren in haar wereld frisbees. Punt. En hoe vaak we haar ook hebben proberen uit te leggen dat de buren lesbies waren en dat die platte schijf tussen haar buitenspeelgoed haar frisbee was, ze volhardde.

Jongste is net zo volhardend als oudste. Maar dan precies andersom …

 


14
mei
jeroen_veteranenvoetbal

Column: stoppen

Afgelopen maandag. De start van een nieuw leven.

De dag ervoor had ik mijn laatste voetbalwedstrijd op zondag gespeeld. Na twaalf jaar in de selectie te hebben gespeeld en negen jaar in het derde, gaan de zondagse schoenen de wilgen in. Om te worden ingeruild voor mijn zaterdagse kicks. Oftewel: van Erp 3 naar de Veteranen, die hun potjes op de late zaterdagmiddag afwerken.

Een vreemd, hol gevoel deze maandagochtend in mijn buik en hoofd.

Weemoedig denk ik terug aan de vele voetbalzondagen die me bij zijn gebleven. De memorabele wedstrijden. De dribbels. De slidings. De goals. En de blunders ook.

Flarden van voor en na wedstrijden schieten links en rechts aan me voorbij. De stoere praat. De wilde verhalen. De smeuïge anekdotes. De goede gesprekken soms ook. De grappen die alleen wij grappig vonden. De momenten dat onnozel werd gedaan en tranen werden gelachen.

Het zit erop. Het zit er nu echt op.

Voetballers die in al die jaren als vrienden werden. Die je maar al te vaak hebt uitgelachen om hun eigenaardigheden. En die jou maar al te vaak om de jouwe hebben uitgelachen. Oude rotten en jonge jongens, allemaal één; zowel op het veld als daar buiten.

Een team waren we. Een hecht team. Een kampioensteam bovendien dit jaar. En een team dat afgelopen zondag, nadat de laatste wedstrijd was gespeeld, maar met moeite afscheid kon nemen van de kantine. Of van elkaar? Dat als laatste van iedereen de deur achter zich dichttrok. Stuk voor stuk dronkenmanspraat uitkramend dat het daglicht al niet meer kon en ook al niet meer wilde verdragen.

Wat was het een mooi seizoen. Wat hebben we bij vlagen goed gevoetbald. Heel goed. En wat hebben we in al die jaren veel gelachen. Heel veel.

Het was een mooi stel. Met een harde kern van zachte jongens. Van goedzakken en grappenmakers. Van werkers en virtuozen. Van vaders en flirters.

De tijd is gekomen om een stapje terug te doen. Minder trainen. Minder voetballen. Minder verplichtingen vooral. En daardoor meer vrijheid. En meer tijd automatisch ook voor andere dingen.

Kortom, het nieuwe leven wacht.

En aan alle mooie dingen komt nu eenmaal ooit een einde, houd ik mezelf deze maandagmorgen nog maar eens als excuus voor mijn stoppen voor. Maar het excuus wil deze morgen maar niet indalen. Het holle gevoel in de buik en het hoofd blijft.

Heb ik gisteren dan toch iets te veel kampioensnat gedronken?

Of zouden het de symptomen van de veteranenziekte zijn …?

 


8
mei
jeroen_kampioen

En ineens sta je op Nu.nl

Wat een vertrek als voetballer al niet los kan maken. Afgelopen zondag speelde ik mijn laatste wedstrijd op zondag. Vanmorgen werd ik gebeld door Maarten Smeets, sportverslaggever van Nu.nl. Dit resulteerde in onderstaand interview. (Als je op de afbeelding klikt, kun je het hele interview gemakkelijker lezen.)

 

 

 

 

 


5
april
jeroen_blouse

Column: bolletjes

Lente. En dus tijd voor nieuwe kleren. Zaterdag ben ik in Veghel gaan shoppen, bij Jeroen van den Akker. Mooie zaak. Vriendelijke mensen. Daar zou het gaan gebeuren. Een blouse had ik nodig. Gewoon een nette blouse.

Dat werd een lichtblauwe. Inderdaad, weer een lichtblauwe. Net als die andere nette blouse van mij. Blauw blijft kennelijk mijn kleur. Keurig getailleerd wederom. Waarbij de onderzijde van de blouse net over de riem valt. Wat mij een zakelijke, maar toch vlotte en zelfs redelijk sportieve uitstraling geeft. Voor alle doeleinden geschikt.

Maar deze blouse was anders blauw. Er zat een licht motiefje in verwerkt. Net weer iets toffer. Net weer iets meer van deze tijd. Vlot, maar tegelijk ook veilig. Gewoontjes misschien zelfs wel. Niks mis mee trouwens, hoor. Dat is altijd mijn stijl geweest. Niet te markant. Niet te opvallend. Gewoon Jeroen.

Totdat Susanne met die tweede blouse aan kwam zetten. Een witte blouse, bedekt met bonte bolletjes. In rijtjes boven elkaar. Alsof er een soort van Vier op een Rij op de blouse is gespeeld. Door heel veel mensen. Met fiches in alle denkbare kleuren, zonder dat het een winnaar heeft opgeleverd. Tot boven toe vol gestapeld dus.

En nog was de ontwerper kennelijk niet klaar met spelen. Want alle bolletjes – en geloof me: het zijn er tientallen in totaal, misschien zelfs wel honderden – bevatten teksten. Elk bolletje een andere tekst.

Trek die eens aan, was het verzoek.

En ik gehoorzaamde.

Eigenlijk is hij nog wel leuk ook, zie Susanne. Dat vond ook de verkoopster. Het is eens wat anders, vertelde ze.

Ik bekeek me in de spiegel. Beter had ik het niet kunnen verwoorden: anders. Maar hoe langer ik keek, hoe beter de blouse me beviel. Deze blouse gaf me bravoure. Maakte me tot een verschijning. En dat paste wel bij een schrijver. Toch?

Ik hakte de knoop door. Ik ging voor de bolletjesblouse. Klaar. Ongeacht wat de kinderen er van vonden, die me al aankeken alsof ze Mark Rutte in een joggingbroekje voorbij zagen komen. Of de kleurrijke Josje van K3 in een tuttig grijs mantelpakje. Het is eens wat anders dan je verwacht.

Vraag is nu alleen wanneer ik de blouse voor het eerst in het openbaar ga dragen. Wanneer ik voor het eerst alle schroom van me af durf te gooien en ik de nieuwe Jeroen durf te laten zien.

Dat vergt nog wat tijd. Een stukje vertrouwen ook, dat ik vooral zal moeten krijgen van de mensen om me heen. En daar ontbrak het begin deze week aan. Toen ik op het punt stond de blouse aan te trekken. ‘En Susanne een glimlach toch niet wist te onderdrukken. ‘Ach’, zei ze. ‘Je kunt hem altijd nog met carnaval aantrekken …’

 


29
maart
jeroen_koud

Meer aanslagen door koude weer

Het aantal aanslagen in een eerste kwartaal lag nog nooit zo hoog als dit jaar. Dat blijkt uit eigen onderzoek, waarbij moet worden aangetekend dat ik alleen de afgelopen dertien jaar in ogenschouw heb genomen.

Ik wijt het aan het weer.

Ik ben namelijk een ontzettende koukleum. Zit hier nu met een dik vest aan, terwijl de temperatuur op kantoor toch gewoon twintig plus is. Drink dagelijks liters koffie, thee en warme chocolademelk. En vlei me regelmatig neer op het door de vloerverwarming verwarmde tapijt.

Op die manier kom ik de dag wel door.

Alleen die handen, hè. Verschrikkelijk. Die blijven maar koud, stram en stroef. Twee koude klauwen.

De enige remedie is om ze het rompslomp te laten tikken op het toetsenbord. Zorgen dat ze continu in beweging blijven. En wat dat betreft bof ik dat het de voorbije maanden druk is geweest.

Zo druk dus dat mijn handen nooit eerder in een eerste kwartaal zoveel aanslagen hebben gemaakt dan dit jaar.