‘En dan word jij de nieuwe Simon Carmiggelt?’

‘En dan word jij de nieuwe Simon Carmiggelt?’

‘Eefje, die moet later maar gaan tekenen’, zeiden de mensen vroeger al.

En dat is precies wat Eefje, nu 25, doet: tekenen. Beroepsmatig.

Een paar maanden geleden mocht ik haar interviewen. Eefje van Geffen is een oud-dorpsgenoot, vorig jaar geslaagd aan de kunstacademie, verhuisd naar Friesland (hebben we haar intussen vergeven) en gaan ondernemen. Als beeldmaker. Een verhaal in de Erpse Krant waard. Vond ik.

En dan word jij de nieuwe Siegfried Woldhek, vroeg ik haar? Lees verder

Ik ga internationaal

Bundel_columns_kleine_dingen

Het gaat goed met mijn carrière. Wat zeg ik: het gaat fantastisch. Ik heb zelfs heel sterk het gevoel dat ik binnenkort zomaar eens een hele grote slag zou kunnen slaan. En dan is het maar de vraag of ik voor Erp, Veghel, Brabant, Nederland te behouden ben.

Welke carrière, vraagt u zich nu af.

En een meer dan terechte vraag, hoor. Ik werk nu bijna veertien jaar voor mezelf. Als schrijver, tekstschrijver, copywriter, journalist, columnist, uitgever, redacteur … Ik weet het zelf meestal niet eens hoe ik me moet noemen.

De ene dag schrijf ik een levenloos stukje tekst over een product dat moet worden verkocht en door Google – een machine nota bene – moet worden gevonden, de andere dag onderwerp ik een boeiend iemand aan een diepgravend interview over zijn leven, plannen en ambities; en weer een andere dag doe ik verslag van een vier uur durend symposium in het Engels over de teelt van uien (heb ik serieus gedaan).

Je ziet: heel divers. Dus van een carrière, laat staan een geplande carrière, is ook niet echt sprake.
Geeft ook niets. Al zou je mij in een hokje moeten plaatsen, ik zou er waarschijnlijk niet eens in passen. Ik zou er doodongelukkig worden. Het idee een stempel te moeten dragen. Bah. Nee, laat mij maar gewoon Jeroen Vissers zijn. In plaats van schrijver, tekstschrijver, copywriter, enz. enz.

En toch, heel af en toe, bekruipt ook mij het gevoel dat ik me zou willen specialiseren. Dat ik beter zou willen worden in een van die dingen die ik doe. Maar waarin? Wat doe ik nu het liefste van alles? Het allerliefste?

Omdat ik zelf niet zo sterk ben in het maken van keuzes, en dan druk ik me nog zacht uit, hielp het lot me deze week; toen ik het bericht kreeg dat de Engelsman Barney Guiton mij op Twitter aan zijn lijstje van ‘interesting columnists’ heeft geplaatst. We hebben het dus over Barney Guiton, mensen. Wie kent hem niet?

Mijn ster is duidelijk rijzende.

Zelfs overzee kennen ze mij inmiddels. Ik sta er kennelijk te boek als ‘interessant columnist’. Vrij vertaald: als een van die veelbelovende schrijvers van het vasteland. Een van die talenten die op het punt staan om door te breken met grensoverschrijdende schrijfsels.

Het lot heeft voor me beslist: ik word een internationaal columnist.

Zo. Het hokje is er. Dan toch. De ambitie nu ook. Ik ga weer meer columns schrijven. Gezegend zij die twee jaar geleden mijn eerste druk van mijn bundel Kleine Dingen hebben weten te bemachtigen. Die wordt nog eens geld waard.

England, here we come.

Maar wat denk jij? Wat is de beste vertaling voor mijn boek? Moet ik er ‘Little Things’ van maken? Of bekt ‘Small Things’ toch net iets beter?

Hoor het graag van je.

 

Ik wil nog harder gaan!

Sneller

Schrijven wil ik. Nog meer schrijven. Alles wat los en vast zit. Artikelen, website teksten, nieuwsbrieven, mailings, enz. Schrijven, zonder rem. Uren maken, zoveel mogelijk.

De reden van deze plotse ambitie is heel simpel.

Het gaat hartstikke goed met me. Ik ben aan het plussen ten opzichte van vorig jaar. Flink aan het plussen. Dat geldt voor mijn werkzaamheden als journalist, tekstschrijver en copywriter, maar ook voor de krant die ik uitgeef.

Daarmee ga ik, als ik alle onheilstijdingen in de (vak)media mag geloven, tegen de stroom in. Maar die tegendraadsheid past me wel. Ik houd er niet van om mijn koers te laten bepalen, ik bepaal liever zelf waar ik ga en hoe hard ik ga. Dus dat ik juist nu zo goed ga, klopt misschien wel gewoon.

En toch mag het van mij de komende maanden nog wel harder gaan. Ik zit nog niet op full speed. Het kan nog harder. Dat voel ik.

Dus laat maar komen.

Gooi dat schrijfwerk maar bij me neer. Of dat nu grotere projecten zijn, kleine klussen of spoedklussen. Ik ga er mee aan de slag. Ik wil mijn grenzen opzoeken, verleggen en zien waar ik eindig als ik nog harder ga; als ik de gashendel nog verder indruk.

Dus … hoor ik van u?