Jeroen Vissers

dorpsjournalist, trouwambtenaar en schrijver die al meer dan 20 jaar op het punt staat om door te breken

Stilte proeven

Een van de dingen die misschien wel het meeste indruk op me heeft gemaakt deze vakantie is die vrouw op het bankje.

Of indruk …

Dat is een groot woord. Iets wat me het meest bij is gebleven. Dat klinkt beter. En dan nog voelt dat niet helemaal fijn om te zeggen als je er net drie weken vakantie op hebt zitten, met je gezin een paar daagjes naar Frankrijk bent geweest en de rest van de tijd eindelijk eens gewoon lekker gelambald hebt. Dat was nodig. Daar ben ik dankbaar voor.

Maar toch …

Die vrouw dus.

Het was ergens in de Campina. We waren daar een rondje aan het fietsen, omdat ik nu eindelijk wel eens De Koningshoeven wilde bezoeken, het klooster dat een van mijn favoriete biertjes brouwt: de Isid’Or. Mijn favoriet vanwege de smaak, maar ook om hun ‘slogan’: Proef de Stilte. Ik vind dat zo’n ongelofelijk mooie tekst. Dat je in drie woorden alles uit kunt drukken waar je voor staat: de rust, het serene, het genieten, de smaak van het leven als je dat even op pauze zet.

En toen was daar dus die vrouw. Op het houten bankje in de schraal paarse hei, met een gitaar in haar hand en de rug naar ons toe.

Was ze daar voor haar rust, gewoon om muziek te maken?

Was ze er aan het werken aan nieuw materiaal?

Was ze een student, een hobbyist, een professional?

Ik moest later aan Piet Paaltjens denken, een dichter uit de negentiende eeuw. Zijn werk ken ik niet, maar ik herinner me alleen dat mijn docent Nederlands ooit eens een gedicht van hem voor heeft gedragen waarin de schrijver in de trein zat, een andere trein zag passeren, in een flits een vrouw zag zitten, er was oogcontact, in een kleinste fractie van een seconde, hij werd hopeloos verliefd op haar en schreef daar een verhaal over.

Zo’n gevoel had ik. Maar in plaats van verliefd werd ik in een flits een tikkeltje jaloers.

Want dit is altijd mijn romantische beeld van de schrijver geweest: schrijfblokje mee, jezelf nestelen in de natuur en schrijven. Ik heb zelfs eens een Moleskine notitieboekje gekocht. Om mijn ingevingen te noteren. In de stiekeme hoop dat het me tot proza van de bovenste plank zou zetten.

Die hoop is vervlogen. Ik kom nog steeds niet hoger dan de onderste plank.

Mijn praktijk is namelijk heel anders. Als ik wil schrijven, nestel ik me achter mijn toetsenbord en start met rammelen. Op een andere plek schrijven dan hier lukt me niet. Mijn kantoor is mijn heidegrond.

Al is er ongetwijfeld iets wat de vrouw en ik gemeen hebben: allebei proeven we maar wat graag de stilte …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *