Column: naar de middelbare

Column: naar de middelbare

Als de dag van gisteren.

Dat ze op de commode lag. De beentjes stijf omhoog, haaks op haar rug. Een houding die ze de eerste weken na haar geboorte spontaan aannam, omdat ze, toen ze nog geen nul was, zo lang in een stuit had gelegen. En ik die haar verschoonde. Glimlachend. Trots. Oelepoeleke doend. En koeliekoeliekoelie roepend.

En zie haar nu. Ruim elf jaar later. Zondag nam ze een korte aanloop, zette zich af op de trampoline en maakte een bijna perfecte dubbele salto.

Als de dag van gisteren.

Lees verder

Topjob: tekstschrijver in de AgroFood

Topjob: tekstschrijver in de AgroFood

De afgelopen dagen ben ik als tekstschrijver bezig geweest met een wel erg leuke klus. In de AgroFood: het interviewen van lectoren die aan de HAS zijn verbonden. Ging allemaal telefonisch. Want moest snel, snel, snel. Strak tegen de deadline aan.

Maar wat een inspirerende interviews.

Met bevlogen mensen, die via het onderwijs bijdragen aan een van de pittigste uitdagingen waar we als wereld voor staan: het voeden van de wereldbevolking. En dan met oog voor gezondheid en met respect voor de aarde. Lees verder

Hoe je punten scoort met een originele personeelsadvertentie!

Hoe je punten scoort met een originele personeelsadvertentie!

Voordat je je tips krijgt over hoe je punten scoort met het schrijven van een originele personeelsadvertentie, wil ik je vertellen dat ik hier speciaal voor jou nu mijn principes overboord gooi.

Want echt: ik heb een hekel aan opsommingen die je overal op internet tegenkomt. Aan van die topvijf tips, toptien trucs, topzeventien trends, enz.

En ja, ik weet het: het is volledig volgens de regeltjes van de marketing en dus lekker hip om met opsommingen te strooien. Lees verder

Alsof de boom mij vasthoudt in plaats van andersom

Alsof de boom mij vasthoudt in plaats van andersom

‘Draai je om, sla je armen om hem heen, houd hem stevig vast en sla nu ook je benen om hem heen …’

En daar hangen we dan. Op zaterdagmorgen, tijdens het wekelijkse uurtje bootcamp. Met een man of tien. In het bosje bij het evenemententerrein. Ieder om een boom gekronkeld.

Een beetje lacherig in eerste instantie, want reken maar dat er dat koddig uitziet: tien lichamen, van slank tot volslank, van kreukvrij tot belegen, als een opgefrommeld gezwel aan een boom. Lees verder

‘Hier komt geen oorlog’, beloof ik haar

bana
‘Please stop the war, we are tired’ @AlabedBana

Een gilletje. Midden in de nacht. Een angstig stemmetje dat mij roept: ‘Papa …’

Een stemmetje dat mij, hoe iel ook, direct wakker maakt, mij op doet staan en naar jongste toe doet lopen.

Ze heeft grote ogen en kijkt bangig.

‘Ik droomde dat het oorlog was’, vertelt ze me.

Ik ga op de rand van haar bed zitten, strijk haar haren voor haar ogen weg en aai met de buitenkant van mijn grote hand over haar zachte, kleine wangen.

‘Niet fijn hè, zo’n enge droom?’

Ze knikt. Vanonder haar prinsessendekbed, haar friemelknuffelkonijn in de hand en haar trouwe beer die vanuit de hoek van het bed over haar waakt.

‘En ik kan je er helaas niet vanaf helpen. Dat zou ik wel willen. Dat ik die enge beelden uit je hoofd zou kunnen blazen. Ik wil het wel eens proberen. Via je oren …’

Ik buig voorover.

Ze glimlacht, houdt me tegen, slaat haar handen om mijn nek, trekt me naar zich toe en houdt me stevig vast.

‘Ga maar lekker slapen’, zeg ik na een tijdje. ‘Hier komt geen oorlog’, beloof ik haar. ‘Denk maar aan mooie dingen; dan gaat die enge droom zo voorbij. Denk maar aan mij.’ En ik geef haar een knipoog.

Ze lacht. Vertrouwde pretoogjes.

‘Welterusten, papa.’

‘Welterusten, schatje.’

De volgende ochtend – bestaat toeval? – lees ik in de krant het bericht over Bana, een 7-jarig meisje dat samen met haar moeder vanuit de schuilkelder in het Syrische Aleppo berichtjes de wereld in stuurt, via Twitter, in gebrekkig Engels. Berichtjes over dat haar vriendinnetje onder het puin van de ingestorte flat ligt. Over de bommen. De kogels. Over dat ze bang is dat ze vannacht dood zal gaan. Maar ook over dat ze later juffrouw wil worden …

Een bericht dat mij raakt.

Want Bana en Fieke. Twee meisjes van bijna dezelfde leeftijd. Die allebei graag lezen. Die allebei graag strikjes en bloemetjes in het haar dragen, zie ik op foto’s die ze op Twitter deelt. Twee meisjes ook die dezelfde droom hebben. Want ook mijn jongste wil later voor de klas komen te staan.

‘Ik wil leven als de kinderen in Londen’, schrijft ze. ‘Zonder bommen.’

Ik zou willen dat ik haar hetzelfde kon beloven als mijn jongste. Dat ik haar kon zeggen: ‘Denk maar aan mooie dingen. Dan gaat het vanzelf voorbij.’

Twee meisjes. Twee dezelfde meisjes. Met dezelfde dromen. En dezelfde nachtmerrie, op bijna hetzelfde moment. Met één verschil: de een heeft hem, de ander leeft hem …

 

Welkom bij beauty salon jeroen.

herschrijven_tekstenIk heb een lekkere week achter de rug. De rode draad deze week? Dat ik opvallend veel tekstjes heb mogen herschrijven.

Dit telefoontje bijvoorbeeld, op dinsdag:

‘Jeroen, we staan volgende week op een beurs. Ik heb zelf een tekst voor een flyer geschreven, maar die sprankelt niet. Kun jij daar eens naar kijken? En eh … lukt dat voor morgen?’

Of dit app’je, op woensdag:

‘Heb je het druk?’

En terwijl ik aan het antwoorden ben, gaat de telefoon: ‘Ik zag dat je aan typen was en dacht: als je daar tijd voor hebt, heb je ook wel tijd voor dit klusje ;-) Wij willen er vandaag een persbericht uitdoen! Lukt dat?’

En ja, ook dat lukte.

En zo had ik tussen de bedrijven door nog zo’n verzoekje deze week; om een tekst voor een presentatie te pimpen.

Het voelde intussen alsof ik een beauty salon had in plaats van een tekstbureau. Waar je je teksten heen stuurt om de ‘pukkels’ te laten verwijderen, een ‘maskertje’ aan te brengen en wat overtollig vet weg te laten halen.

Hmmm … en terwijl ik dit aan het tikken ben, schiet er een superleuk ideetje bij me te binnen.

Ga ik eens mee aan de slag.

Fijn weekend. En je weet het: als jouw teksten wat meer mogen sprankelen dan dat ze nu doen, je stuurt ze maar! Zonder afspraak ;-)

 

Ik puber.

ikpuberHet mooiste aan mijn vak is eigenlijk niet het schrijven. Het is het ontdekken, het leren, het ontmoeten.

Iedere dag is anders. Andere mensen. Andere gesprekken.

Soms zijn die gesprekken heel amicaal, soms heel zakelijk. Soms zijn de ontmoetingen heel inspirerend, soms redelijk taai. Soms heb je direct een klik met de mensen, soms duurt dat wat langer.

Het mooiste interview dat ik deze week had, is het gesprek met Door Fransen. Zij is redacteur van het boek ‘Ik puber.’, dat aanstaande zaterdag uitkomt, en waarvoor zij samen met Ellen Martens en Mariëtte Wijne 40 jongeren van 15 jaar uit heel Nederland heeft gefotografeerd en gesproken.

“Ooit waren ook wij pubers”, vertelt ze. “Opstandig, eigenwijs, onzeker, vol dromen, enz. Nu zijn we ouders en boeit en frustreert die leeftijd ons tegelijkertijd. Met heimwee kijken we op die leeftijd terug, maar met zorg kijken we naar onze eigen puberende jongeren.”

Het werd een gesprek over opvoeding, over de invloed van je afkomst op je carrière, over je nek durven uitsteken, over je eigen pad durven trekken, enz.

Gaaf. Dat zo’n interview je weer een boost kan geven!

Een tekstschrijver is een creatief. Moet rebels zijn. En rebels blijven. Vind ik. Je mag niet indutten. Nooit. Je moet anders durven denken. Anders durven doen. In iedere opdracht. Vrijer. Losser. Nog verder van de gebaande paden af durven gaan.

Wil je niet verzanden in het geijkte schrijfwerk, wil je je blijven onderscheiden, dan zul je ergens puber moeten blijven.

Mooi toch, dat zo’n gesprek tot zo’n zelfinzicht leidt?!

Het schrijven van het artikel is dan eigenlijk nog maar bijzaak ;-)

 

Ik wil haar zeggen dat ze zo door het leven moet gaan

column_eend
De tekening bij deze column werd gemaakt door de illustratrice Eefje van Geffen [www.eefjevangeffen.nl]
‘Zitten hier ook van die ballonnen voorin?’, vraagt ze.

‘Airbags, bedoel je?’

Ik kijk naar het dashboard. Een richtingaanwijzer links van het hardplastic stuur, een claxon rechts ervan die een geluid laat horen dat in de aanzet nog jolig en krachtig klinkt, maar al snel buiten adem wegsterft, een kilometerteller die tot de 120 gaat (met de waarschuwing op de sticker om toch echt niet harder te gaan dan 100 vandaag), een versnellingspook die je in en uit het dashboard moet duwen en trekken om te schakelen en dan houdt het zo’n beetje op.

‘Nee, die heeft deze auto niet’, lach ik.

Gelukkig, denk ik. Ze draait bij.

Toen we haar vanmorgen bij opa en oma op kwamen halen en zag wat onze ‘verrassing’ was, viel ze eventjes stil. Een dierentuin had ze zelf bedacht. Of het klimbos. Ja, dat zou gaaf zijn. En anders een pretpark … Dat we een eend zouden huren bij Ad van der Horst in Boerdonk om een dagje rond te tuffen, viel een beetje koud op haar dak.

Hoe spannend kon dat nu zijn!?

Ik liet me niet kisten door haar eerste reactie. Onbekend maakt onbemind, dacht ik. Bovendien was dit wat ik al zo lang een keer wilde doen: rijden in een eend.

De luxe van een open dak mogen ervaren. Het comfort van een bankstel als autostoel. Het gemak van raampjes die je openklapt en met een klemmetje vastzet. De lol om het stalen pinnetje in de deur dat je naar beneden moet drukken om de deur op slot te doen.

En dan dat geluid … Alsof je een koffiemolen aan het werk zet. En dan niet zo’n grote blinkende opschepper die met iets te veel ego het kopje vol stampt en dampt. Nee, een klassiek modelletje dat pruttelend en proestend maar met gemeend plezier het lekkerste bakje koffie zet dat je ooit hebt gedronken.

Dat is de eend.

Rust. Vrijheid. Het tempo van leven een tandje terug mogen schakelen.

‘Dit is de mooiste dag van mijn leven’, schreeuw ik door het open dak. ‘Ehm … een na mooiste, bedoel ik’, corrigeer ik na de por in de rug van Susanne.

En zo toer en toeter ik de dag door. Ik zwaai. Ik lach. Naar iedereen die ons hoort of ziet. Ik zing. Het dak eraf. Zon op de bol, haren en handen in de wind. En de mensen zwaaien en lachen terug.

En zij doet met me mee. Van aarzelend naar vol overtuiging.

Ik wil haar zeggen dat dit het echte leven is. Dat ze hier van kan leren. Van deze dag, die veel waardevoller is dan een dagje dierentuin of pretpark. Want kijk maar eens naar buiten: als jij vrolijk doet, worden andere mensen dat ook. Zie je?

Ik wil haar zeggen dat ze zo door het leven moet gaan. Zoals vandaag. Zwaaiend. Lachend. Zingend.

Dat er altijd ook wel mensen zullen zijn die sneller gaan dan jij. Die jou passeren. Zich beter voelen dan jij, zich mooier voordoen dan jou of die zelfs van jou zullen zeggen dat je maar een lelijk eendje bent.

In dat geval: laat ze maar, wil ik haar zeggen.

Maar dat is al niet meer nodig. Ze heeft het al begrepen. Want net voordat ik van wal wil preken, is ze me voor: ‘Pap’, zegt ze, met een stralende glimlach, ‘ik wil later ook een eend.’